Gemeente Middelharnis | Gemeentegids

Historie van de vier dorpen in de gemeente Middelharnis

« vorige 1 2 volgende »

Nieuwe-Tonge

De benaming Nieuwe-Tonge doet denken aan een latere stichting dan Oude-Tonge. De naam Nieuwerkerk, die ook wel werd gebruikt, doet dit vermoeden versterken. De juiste reden van de benaming Nieuwe-Tonge is onbekend. Ook over de stichting van Nieuwe-Tonge is weinig bekend, maar dit heeft plaatsgevonden na 1438. Sommigen zijn van mening dat de polder Battenoord in 1454 is bedijkt. Toen is ook Nieuwe-Tonge alhier ontstaan. De gemeente Nieuwe-Tonge bestond uit een aantal polders die de volgende namen droegen: Battenoord, Duivenwaard, Wellestrijpe en Noordland. Het dorp Nieuwe-Tonge was gelegen in de polder Noordland.
De voornaamste bron van bestaan was de landbouw. ’s Winters voorzagen sommigen in hun onderhoud door het rapen van oesters op de Grijsoordse oesterbanken ten zuiden van Nieuwe-Tonge.

Het dorp Nieuwe-Tonge was kleiner dan het in de buurt gelegen Oude-Tonge. Het dorp werd onder andere opgesierd door een fraaie kerk en een raadhuis. Het koor van de kerk werd gebruikt als school. In 1833 werd aan de kerk een grote regenbak gebouwd. Vooral in droge zomers was deze regenbak van grote waarde voor de gemeenschap. Het buitenverblijf van de heer mr. Anemaet was een sieraad voor het dorp. Met vergunning van de eigenaar mocht men wandelingen maken op het buitenverblijf.
Ook de gemeente Nieuwe-Tonge raakte in 1966 haar zelfstandigheid kwijt en werd ingedeeld bij de gemeente Middelharnis.

Sommelsdijk

In het jaar 1417 deed vrouw Jacoba van Beieren aan haar moeder, vrouw Margaretha van Bourgondië, uitgifte van een uitgors, genaamd Sommelsdijk. Het was de bedoeling dat deze uitgors bedijkt zou worden. In het jaar 1430 werd de uitgors verkocht aan ene Floris van Borselen. Vrouwe Jacoba van Beieren verleende aan de inwoners van de uitgors een privilege, dat inhield dat de bewoners werden vrijgesteld van het betalen van de in die tijd geheven tolgelden. Hierdoor is de uitgors reeds bewoond geweest voordat deze was ingepolderd.

De bedijking van deze uitgors, het Oudeland genaamd, vond plaats in het jaar 1464. De naam Sommelsdijk werd reeds vele jaren voor de bedijking gedragen door de gorzen en slikken. Ook kwam in die tijd de naam Zomersdijk wel voor. De naam kwam voort uit het feit dat voor de bedijking om de betreffende gors een zomerdijk heeft gelegen. Sommelsdijk behoorde tot de Zeeuwse bodem. Vrouwe Jacoba van Beieren, toen Gravin van Zeeland, had het land verpacht op voorwaarde dat het land eigendom zou blijven van de nakomelingen. Dit recht is menigmaal door de Staten van Holland betwist. Na veel overleg tussen de Staten van Zeeland werd bij akte van juli 1578 besloten dat Sommelsdijk onder het bewind van de Staten van Zeeland zou blijven. In het jaar 1805 werd Sommelsdijk bij de provincie Zuid-Holland gevoegd. Tot die tijd werd het toezicht op het reilen en zeilen in Sommelsdijk uitgeoefend door de Staten van Zeeland. Hiervoor hield een aantal wijze mannen zitting in Zierikzee. Deze mannen hadden het recht om een stadhouder te Sommelsdijk aan te stellen. De inwoners van Sommelsdijk stonden onder de rechten en keuren van Zeeland.

De polderzaken werden bestuurd door een dijkgraaf en vijf gezworenen. Het dorp Sommelsdijk stond bekend als één der schoonste en meeste welvarende dorpen van Zeeland.
In Sommelsdijk vond men o.a. een bierbrouwerij, een kwekerij van vruchtbomen, etc. Sommigen vonden hun bestaan in de vangst van zalm of in het vervoer van vis naar o.a. Brabant, Vlaanderen en zelfs naar Engeland. Deze vis werd gekocht van de vissers van Middelharnis. De gaffelschepen, welke voor het vervoer van de vis werden gebruikt, werden gebouwd op de in Sommelsdijk aanwezige scheepswerf. Ook werden de opbrengsten vanuit de landbouw vervoerd per schip, o.a. naar Dordrecht en Rotterdam. De haven van Sommelsdijk liep in het begin tot aan het hoofd van Dirksland, doch in 1808 werd deze verbinding gedeeltelijk gedempt en in bouwland herschapen.

De haven kreeg toen een verbinding, door middel van een sluis, met de haven van Middelharnis. Later kwamen de inkomsten van ingezetenen vooral voort uit de landbouw en de graanhandel. In 1464 werd de kerk van Sommelsdijk gebouwd. In het jaar 1624 brandde de kerk af. De toren werd later herbouwd aan de westgevel van de kerk.

In 1799 werd de kerk wederom door brand verwoest, de herbouw werd in 1807 voltooid. De herbouw kon worden gerealiseerd door diverse inzamelingen. De toren kon door o.a. een gift van koning Lodewijk van tweeduizend gulden, in 1817 worden opgeleverd.
In 1966 werd ook Sommelsdijk ingedeeld bij de gemeente Middelharnis.

« vorige 1 2 volgende »