Het Enkhuizer lied
Al aan het mooie lJsselmeer
Daar ligt een havenplaats
Het is de oude haringstad
Waar steeds mijn hart voor slaat
Een stad van zaad, van vis, van vee
En met een bouwershoek
Vanwaar het oude carillon
Je steeds van verre groet
Refrein
Ja, dat is Enkhuizen, de Haringstad
Met zijn Zuidertoren, plantsoen en bloemenschat
De Drommedarisklokken die kling’len tevree
Ja, daar wil ik wonen, daar dicht bij de zee
Wij hebben ook een meidenmarkt
Een hel en vagevuur
Een Exter- en een Kwakerspad
En langs de zee een muur
Daar ben je aan de buitenkant
Waar oude vissers staan
Vertellend hoe ‘t in vroeger tijd
Met vissen is gegaan
Refrein
Het mooi van Neerlandse stedenschoon
Is hier in al zijn pracht
Een Spaans kanon uit vroeger tijd
Houdt voor ‘t stadhuis de wacht
Een vestingwal omringt de stad
Een gordel van smaragd
Het riet buigt statig in de wind
In de oude vestinggracht
Refrein
‘t Suud, dat is de vissersbuurt
Daar zie je ‘t Krabbersgat
Daar hoor je namen als de Does
De Garneel en de Kat
O, stadje aan het IJsselmeer
Ik vind jou wonderschoon
Jij bent op aarde toch de plek
Waar ik het liefste woon
Refrein
Tekst: De heer Sikkink, Bovenkarspel


